De wet van Archimedes zegt dat een voorwerp in een vloeistof een opwaartse kracht ondervindt die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Dit principe verklaart waarom een houten blok drijft, een steen zinkt en een gigantisch containerschip toch blijft dobberden. Het is een van de fundamentele wetten van de vloeistofstatica en werd al in de derde eeuw voor Christus beschreven door de Griekse wiskundige Archimedes van Syracuse.
Drijven en zinken zijn dus geen kwestie van gewicht alleen. Een ijzeren schip weegt honderdduizenden tonnen, maar drijft toch. Een kleine stuiver zinkt meteen. Wat het verschil maakt, is het volume en de dichtheid — en precies dat legt de wet van Archimedes uit. In dit artikel lees je hoe die wet werkt, hoe je de opwaartse kracht berekent en welke toepassingen je dagelijks tegenkomt.
Voor een technische verdieping kun je terecht op Natuurkunde.nl, dat uitgebreide uitleg geeft over drijfvermogen en de Archimedeskracht voor middelbare scholieren en studenten.
Laatst bijgewerkt: april 2026
Wat is de wet van Archimedes?
De wet van Archimedes luidt: de opwaartse kracht op een voorwerp in een vloeistof is gelijk aan het gewicht van de vloeistof die het voorwerp verplaatst. Een eenvoudiger formulering: hoe meer vloeistof je verdringt, hoe groter de kracht die je omhoog duwt.
Die opwaartse kracht heet ook wel de Archimedeskracht of drijfkracht. Ze werkt altijd omhoog, tegengesteld aan de zwaartekracht. Of een voorwerp drijft, zweeft of zinkt, hangt af van de balans tussen die twee krachten:
- Drijven: de opwaartse kracht is groter dan het gewicht van het voorwerp. Het voorwerp stijgt totdat het deels boven de vloeistof uitsteekt en de krachten in balans zijn.
- Zweven: de opwaartse kracht is precies gelijk aan het gewicht. Het voorwerp hangt bewegingloos in de vloeistof.
- Zinken: het gewicht van het voorwerp is groter dan de opwaartse kracht. Het voorwerp daalt naar de bodem.
De formule voor de opwaartse kracht
De opwaartse kracht bereken je met de volgende formule:
Fop = ρ × V × g
Hierbij staat:
- Fop = de opwaartse kracht in Newton (N)
- ρ (rho) = de dichtheid van de vloeistof in kilogram per kubieke meter (kg/m³)
- V = het volume van de verplaatste vloeistof in kubieke meter (m³) — dus het deel van het voorwerp dat onder water zit
- g = de valversnelling, op aarde ongeveer 9,81 m/s²
De dichtheid van zoet water is 1.000 kg/m³, van zeewater ongeveer 1.025 kg/m³. Dat betekent dat je in zout zeewater iets hogere opwaartse kracht ervaart dan in een zwembad — dit verklaart ook waarom je in de Dode Zee automatisch blijft drijven: het water bevat zo’n 300 gram zout per liter, waardoor de dichtheid oploopt tot circa 1.240 kg/m³.
Rekenvoorbeeld: drijft dit blok?
Stel: een houten blok heeft een volume van 0,01 m³ (een blok van 10 × 10 × 10 centimeter) en een massa van 6 kg. Drijft het in water?
Stap 1: bereken het gewicht van het blok: Fzwaarte = m × g = 6 × 9,81 = 58,86 N.
Stap 2: bereken de maximale opwaartse kracht als het blok volledig onder water is: Fop = 1000 × 0,01 × 9,81 = 98,1 N.
De opwaartse kracht (98,1 N) is groter dan het gewicht (58,86 N), dus het blok drijft. Het zakt totdat de opwaartse kracht precies gelijk is aan het gewicht — op dat punt steekt een deel boven water uit.
De ontdekking: Archimedes en het eureka-moment
Archimedes leefde van circa 287 tot 212 voor Christus in Syracuse op Sicilië. Koning Hieron II had een goudsmid opdracht gegeven een gouden kroon te maken. Na ontvangst van de kroon twijfelde de koning of het wel puur goud was — misschien had de goudsmid het goud aangelengd met zilver om zichzelf te verrijken.
Goud heeft een dichtheid van 19,3 g/cm³, zilver van slechts 10,5 g/cm³. Een zilveren bijmenging zou de kroon een groter volume geven bij hetzelfde gewicht. Archimedes moest bewijzen of de goudsmid gefraudeerd had, maar mocht de kroon niet beschadigen.
De legende vertelt dat hij in bad stapte en zag hoe het water overliep. Het verplaatste volume water was exact gelijk aan zijn eigen ondergedompelde volume. Als hij de kroon in water onderdompelde en vergeleek met een even zwaar blok puur goud, zou een eventuele bijmenging zich verraden in een groter watervolume. Zo opgewonden over zijn ontdekking rende hij naakt door de straten van Syracuse en riep: “Eureka! Eureka!” — Grieks voor “Ik heb het gevonden!”
Het resultaat: de kroon verplaatste meer water dan de goudklompje. De goudsmid had inderdaad gefraudeerd.
Toepassingen in het dagelijks leven
De wet van Archimedes is allesbehalve museumstuk. Je komt haar voortdurend tegen:
- Scheepvaart: een stalen schip drijft doordat de holle romp een enorm watervolume verplaatst. Door het schip hol te maken, wordt de gemiddelde dichtheid lager dan die van water.
- Onderzeeërs: ballasttanks worden gevuld met water (om te zinken) of met lucht (om te stijgen). Zo regelen onderzeeërs hun drijfvermogen precies.
- Heteluchtballonnen: ook lucht is een gas en heeft dichtheid. Warme lucht is minder dicht dan koude lucht. Als de lucht in de ballon lichter is dan de omgevingslucht, stijgt de ballon.
- Zwemvesten: gevuld met schuim of lucht vergroten ze het volume van de drager zonder veel gewicht toe te voegen, waardoor de gemiddelde dichtheid daalt.
- Dichtheidsmeting: een hydrometer — een instrument om de dichtheid van vloeistoffen te meten — drijft dieper of minder diep afhankelijk van de vloeistofsoort. Zo meet je bijvoorbeeld het suikergehalte van fruitdrank of de laadstatus van een accu.
- Duiken: duikers dragen loodgordels om te compenseren voor het drijfvermogen van het lichaam en het duikpak. Door lood los te laten, stijgt de duiker automatisch naar het oppervlak.
Archimedes versus de dichtheid: het begrip uitgelegd
Veel mensen verwarren gewicht en dichtheid. Dichtheid is massa per volume-eenheid (kg/m³). Een klein voorwerp van dicht materiaal kan zwaarder zijn dan een groot voorwerp van licht materiaal, maar een zwaar voorwerp drijft toch als zijn dichtheid lager is dan die van de vloeistof.
De gemiddelde dichtheid van het menselijk lichaam ligt rond de 985 kg/m³ — net iets lager dan zoet water (1.000 kg/m³). Daarom blijf je in een zwembad net aan de oppervlakte drijven. In zeewater (1.025 kg/m³) is het nog makkelijker. In de Dode Zee, met een dichtheid van circa 1.240 kg/m³, is zinken bijna onmogelijk.
Veelgemaakte fouten bij de wet van Archimedes
- Het hele volume gebruiken in de formule: gebruik alleen het volume van het deel van het voorwerp dat in de vloeistof is ondergedompeld, niet het totale volume als het voorwerp deels boven water steekt.
- Dichtheid van het voorwerp vergeten: de formule voor de opwaartse kracht gebruikt de dichtheid van de vloeistof, niet van het voorwerp. De dichtheid van het voorwerp bepaal je apart om te berekenen of het zinkt of drijft.
- Denken dat zwaarder altijd zinkt: een schip dat miljoenen kilo’s weegt, drijft. Een klein stukje lood zinkt meteen. Het gaat om dichtheid, niet om absoluut gewicht.
- g vergeten in de berekening: de opwaartse kracht is een kracht in Newton, geen massa in kilogram. Vergeet de factor g (9,81) niet te gebruiken.
Veelgestelde vragen
Geldt de wet van Archimedes ook in lucht?
Ja. Lucht is ook een fluïdum, dus er werkt ook een opwaartse kracht in lucht. Die kracht is normaal gesproken klein — lucht is veel minder dicht dan water — maar bij heteluchtballonnen of heliumballonnen is ze groot genoeg om omhoog te gaan. Een heliumballon stijgt precies omdat helium minder dicht is dan lucht, waardoor de Archimedeskracht groter is dan het gewicht van de ballon.
Hoe bepaal ik of een voorwerp drijft of zinkt?
Vergelijk de dichtheid van het voorwerp met de dichtheid van de vloeistof. Is de dichtheid van het voorwerp lager dan die van de vloeistof, dan drijft het. Is die hoger, dan zinkt het. Is die gelijk, dan zweeft het. Je kunt ook de opwaartse kracht uitrekenen met Fop = ρ × V × g en vergelijken met het gewicht van het voorwerp.
Waarom zinkt een stalen naald, maar drijft een stalen schip?
Een naald heeft weinig volume en is massief staal — haar gemiddelde dichtheid is 7.800 kg/m³, veel hoger dan water. Een schip is hol en bevat veel lucht. Daardoor is de gemiddelde dichtheid van het schip-als-geheel lager dan die van water.
Wat is het verschil tussen drijfkracht en opwaartse kracht?
Het zijn synoniemen voor dezelfde kracht: de kracht die een vloeistof uitoefent op een ondergedompeld voorwerp, omhoog gericht. In de Nederlandstalige literatuur worden beide termen gebruikt; officieel heet het de Archimedeskracht of opwaartse kracht.
Kan ik de wet van Archimedes thuis testen?
Zeker. Vul een bak of emmer tot de rand met water. Laat een voorwerp er langzaam in zakken en vang het overlopende water op in een maatbeker. Het volume van dat water is gelijk aan het ondergedompelde volume van het voorwerp. Weeg het water op een keukenweegschaal: dat gewicht (omgerekend naar Newton: gram × 0,00981) is de opwaartse kracht.
Waarom kan een ijzeren schip zinken bij beschadiging?
Als de romp beschadigd raakt, stroomt water de holle ruimten in. De gemiddelde dichtheid van het schip stijgt daardoor. Als die dichtheid hoger wordt dan die van het water, zakt het schip. De Titanic zonk doordat waterdichte compartimenten werden aangetast en water zich verspreidde over meerdere secties.
Wat is het verband tussen de wet van Archimedes en hydrometers?
Een hydrometer is een instrument dat drijft in een vloeistof. Hoe dichter de vloeistof, hoe hoger de hydrometer uitsteekt. Op de schaal lees je de dichtheid af. Wijnmakers, brouwers en automonteurs (voor accoladezuur) gebruiken hydrometers om de samenstelling van vloeistoffen te meten.
