Meervoud: uitleg, regels en voorbeelden

Esmee Koster

Geupdate op:

Meervoud: Uitleg & voorbeelden
Je leest dit artikel in 5 minuten

Laatst bijgewerkt: 30 april 2026

Het meervoud geeft aan dat er meer dan één van iets is. In het Nederlands doe je dat door een uitgang toe te voegen aan een zelfstandig naamwoord: meestal -en of -s. Welke je kiest, hangt af van de klank waarop het woord eindigt en de woordsoort. Die keuze is niet willekeurig — er zijn vaste regels voor, met een beperkt aantal uitzonderingen die je moet onthouden.

Nederlandse leerders en mensen die de taal verfijnen, struikelen het vaakst over de apostrof-s (auto’s, foto’s), over woorden die eindigen op -heid of -ing, en over leenwoorden die hun eigen meervoudsvorm behouden. Dit artikel legt alle meervoudsregels stap voor stap uit, inclusief de lastige gevallen, veelgemaakte fouten en praktische voorbeelden.

Laatst bijgewerkt: april 2026

De twee hoofdregels: -en of -s

De meeste zelfstandige naamwoorden krijgen de uitgang -en. Dit is de basisregel die op de meerderheid van de Nederlandse woorden van toepassing is: huis → huizen, boom → bomen, tafel → tafels. Maar wacht — bij dat laatste woord klopt iets niet. ‘Tafel’ eindigt op -el, en woorden die eindigen op een onbeklemtoonde lettergreep met -el, -en, -er, -em of -ie krijgen juist -s.

De vuistregel is eenvoudig:

  • Eindigt het woord op -el, -en, -er, -em of -ie? → meervoud met -s (tafel → tafels, regen → regens, kamer → kamers, bezem → bezems, knie → knieën of knieën)
  • Eindigt het woord op een klinker -a, -i, -o, -u of -y? → meervoud met -‘s (auto → auto’s, foto → foto’s, ski → ski’s, menu → menu’s, baby → baby’s)
  • In alle andere gevallen: meervoud met -en (man → mannen, fiets → fietsen, kat → katten)

Let op de spellingregels bij de -en uitgang: als de laatste lettergreep een korte klinker heeft vóór een enkele medeklinker, verdubbel je die medeklinker (kat → katten, bus → bussen). Als er een lange klinker staat vóór -en, laat je één klinker weg (boom → bomen, maan → manen).

Wanneer gebruik je de apostrof-s?

De apostrof-s verschijnt alleen in één specifieke situatie: als het meervoud van een woord eindigt op de klank /s/ én die -s aan een klinker (-a, -i, -o, -u, -y) wordt vastgeplakt. De apostrof voorkomt dan een verkeerde uitspraak of verwarring.

Voorbeelden:

  • auto → auto’s (zonder apostrof zou je ‘autos’ lezen als één lettergreep)
  • foto → foto’s
  • oma → oma’s
  • taxi → taxi’s
  • baby → baby’s

Woorden die eindigen op een medeklinker gevolgd door -e of een andere klinker, krijgen gewoon -s zonder apostrof. Bijvoorbeeld: dame → dames, serie → series, garage → garages. Hier is de apostrof niet nodig omdat de uitspraak al duidelijk is.

De officiële Nederlandse Taalunie legt vast welke spellingregels gelden. De apostrof-s is opgenomen in het Spellingbesluit en geldt voor zowel Nederland als België.

Onregelmatige meervouden: de uitzonderingen

Een beperkte maar bekende groep woorden heeft een onregelmatig meervoud. Die volg je niet met -en of -s, maar de vorm verandert. Je moet deze gewoon leren:

Enkelvoud Meervoud
kind kinderen
ei eieren
been benen / beenderen
dag dagen
stad steden
lid leden
blad bladen / bladeren
kalf kalveren
lam lammeren
rad raderen / raden

Sommige woorden hebben zelfs twee correcte meervoudsvormen met een betekenisverschil. ‘Been’ heeft zowel ‘benen’ (lichaamsonderdelen) als ‘beenderen’ (skeletresten). ‘Blad’ heeft ‘bladen’ (papier, tijdschriften) en ‘bladeren’ (van bomen).

Meervoud van leenwoorden

Het Nederlands heeft door de eeuwen heen veel woorden geleend uit het Frans, Engels, Latijn en Grieks. Die leenwoorden gedragen zich niet altijd volgens de standaardregels.

Geïntegreerde leenwoorden volgen de Nederlandse regels gewoon: computer → computers, telefoon → telefoons, training → trainingen.

Gedeeltelijk geïntegreerde leenwoorden hebben soms twee correcte vormen. Zo zijn zowel ‘musea’ als ‘museums’ correct voor het meervoud van ‘museum’. Vergelijkbaar geldt dit voor ‘stadium’ (stadia / stadiums) en ‘datum’ (data / datums). In formele teksten kies je eerder voor de Latijnse vorm, in informeel gebruik is de vernederlandste vorm volkomen geaccepteerd.

Woorden uit het Frans op -eau krijgen altijd -s of -‘s: bureau → bureaus, cadeau → cadeaus, plateau → plateaus. Eindigen ze op een beklemtoonde klinker, dan volgen ze de apostrof-regel: café → café’s.

Verkleinwoorden en samengestelde woorden

Alle verkleinwoorden (eindigen op -je) krijgen in het meervoud altijd -s: huisje → huisjes, kopje → kopjes, vogeltje → vogeltjes. Dit geldt zonder uitzondering.

Bij samengestelde woorden krijgt het laatste deel de meervoudsuitgang: schoolplein → schoolpleinen, zonnebril → zonnebrillen, voetbalwedstrijd → voetbalwedstrijden. De uitgang wordt dus bepaald door het hoofdwoord — het woord rechts in de samenstelling.

Uitzondering: sommige samengestelde woorden hebben een koppelteken of zijn losgeschreven, zoals ‘chef-kok’ → ‘chefs-koks’ (beide delen veranderen). Dit zijn zeldzame gevallen die je geval per geval opzoekt.

Meervoud van afkortingen

Afkortingen krijgen in het meervoud een apostrof-s, maar alleen als het originele woord een klinker als laatste letter heeft of als de afkorting als een letter wordt uitgesproken.

  • pc → pc’s
  • dvd → dvd’s
  • sms → sms’jes (informeel) of sms-berichten (formeel)
  • mgr. → mgr’s (zeldzaam)

In formele teksten schrijf je afkortingen liever voluit of gebruik je een beschrijvende meervoudsvorm: in plaats van ‘pdf’s’ schrijf je ‘pdf-bestanden’.

Stappenplan: het juiste meervoud kiezen

  1. Bekijk de laatste lettergreep. Eindigt het woord op -el, -en, -er, -em of -ie? Dan is het meervoud vrijwel altijd op -s (tafel → tafels).
  2. Controleer of het een verkleinwoord is. Eindigt het op -je? Dan altijd -s (kopje → kopjes).
  3. Eindigt het op een klinker (a, i, o, u, y)? Dan apostrof-s (auto → auto’s).
  4. Is het een onregelmatig woord? Zoek het op in een woordenboek (kind → kinderen).
  5. In alle andere gevallen: meervoud op -en, maar let op de spellingregels voor verdubbeling en vereenvoudiging (kat → katten, maan → manen).
  6. Is het een leenwoord? Controleer of er een Nederlandse meervoudsvorm bestaat of dat de originele vorm gangbaar is (museum → musea of museums).
  7. Twijfel je nog? Gebruik het Van Dale Woordenboek Online of de Taaladviesbank van de Taalunie.

Veelgemaakte fouten bij het meervoud

  • Apostrof waar die niet hoort: ‘dames’ wordt door velen fout geschreven als ‘dame’s’. Woorden die eindigen op -e (medeklinker + e) krijgen gewoon -s, zonder apostrof.
  • Geen apostrof bij klinkerwoorden: ‘autos’ of ‘fotos’ schrijven is fout. De apostrof is hier verplicht om de klinker te scheiden van de meervouds-s.
  • Dubbele medeklinker vergeten: ‘busjes’ begint met ‘bus’ → het meervoud van ‘bus’ is ‘bussen’, niet ‘bussen’ zonder aanpassing. Let erop dat bij het toevoegen van -en de spelling soms verandert.
  • Lange klinker niet vereenvoudigen: ‘maan’ heeft als meervoud ‘manen’, niet ‘maanen’. De dubbele aa wordt één a als er een klinker volgt.
  • Latijns meervoud verkeerd gebruiken: ‘datas’ of ‘medias’ bestaan niet in goed Nederlands. Het zijn ‘data’ en ‘media’ (Latijnse meervoudsvormen) of je schrijft ‘gegevens’ en ‘massamedia’.

Veelgestelde vragen

Wat is het meervoud van ‘foto’?

Het meervoud van ‘foto’ is ‘foto’s’. De apostrof is verplicht omdat het woord eindigt op de klinker -o. Zonder apostrof zou je ‘fotos’ schrijven, wat de uitspraak onduidelijk maakt.

Hoe maak je het meervoud van woorden op -heid?

Woorden op -heid krijgen altijd de uitgang -heden in het meervoud: vrijheid → vrijheden, mogelijkheid → mogelijkheden, moeilijkheid → moeilijkheden. Dit is een vaste regel zonder uitzonderingen.

Is ‘musea’ of ‘museums’ correct?

Beide vormen zijn officieel correct. ‘Musea’ is de oorspronkelijke Latijnse meervoudsvorm en wordt gebruikt in formele teksten. ‘Museums’ is de vernederlandste variant en is in informeel taalgebruik volkomen geaccepteerd.

Waarom schrijf je ‘kinderen’ en niet ‘kinds’ of ‘kinden’?

‘Kind’ heeft een historisch onregelmatig meervoud dat teruggaat op het Middelnederlands, waar ‘-eren’ een gangbare meervoudsuitgang was. Die uitgang is bewaard gebleven voor een beperkte groep woorden, waaronder ook ‘ei’ (eieren), ‘lam’ (lammeren) en ‘kalf’ (kalveren).

Hoe schrijf je het meervoud van een afkorting zoals ‘sms’?

Formeel schrijf je ‘sms-berichten’. In informeel gebruik zijn ‘smsjes’ (één woord) of ‘sms’jes’ gangbaar. Het gebruik van ‘sms’s’ wordt door veel stijlgidsen afgeraden omdat het onleesbaar oogt.

Wat is het verschil tussen ‘bladen’ en ‘bladeren’?

‘Bladen’ gebruik je voor pagina’s, tijdschriften of platen (de tafelbladen, de krantenbladen). ‘Bladeren’ gebruik je voor de bladeren van bomen of planten. Dit betekenisverschil is een klassiek voorbeeld van een woord met twee meervoudsvormen die elk een andere betekenis hebben.

Hoe weet ik wanneer ik de medeklinker moet verdubbelen bij -en?

Je verdubbelt de medeklinker als de laatste lettergreep een korte klinker heeft vóór één medeklinker: kat → katten, bus → bussen, pit → pitten. Bij een lange klinker verdubbel je niet: maan → manen, boom → bomen, been → benen.

IN
Redactie Instructie.orgOnze redactie schrijft duidelijke instructies en handleidingen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie