Een bladderscan is een niet-invasief onderzoek waarbij met behulp van echografie het volume urine in de blaas wordt gemeten. De meting duurt minder dan een minuut, is pijnloos en geeft direct een resultaat op het scherm. Zorgverleners gebruiken de bladderscan om te bepalen hoeveel urine er in de blaas achterblijft na het plassen: het zogeheten residu- of restvolume.
In ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartsenpraktijken is de bladderscan een standaard instrument geworden voor blaasonderzoek. Het vervangt in veel gevallen het inbrengen van een katheter, wat veel belastender is voor de patient. De bekendste bladderscans zijn afkomstig van het merk Verathon, met modellen zoals de BVI 6100, BVI 6400 en BVI 9400.
In dit artikel lees je hoe een bladderscan werkt, wanneer het wordt ingezet, hoe de procedure stap voor stap verloopt en wat veelvoorkomende misverstanden zijn.
Laatst bijgewerkt: april 2026
Wat meet een bladderscan precies?
Een bladderscan meet het volume van de blaas in milliliter. Het apparaat gebruikt echografie, dezelfde technologie als bij een gewone echo, om een driedimensionaal beeld van de blaas te maken. Vanuit dat beeld berekent de software automatisch het volume.
Het apparaat zendt ultrasone geluidsgolven uit via een handstuk, ook wel probe genaamd. Deze golven kaatsen terug als ze de wand van de blaas raken. Het apparaat berekent op basis van die terugkaatsing de afmetingen van de blaas en daarmee het volume.
De Verathon BVI 9400 maakt een meting in meerdere vlakken tegelijk en genereert zo een 3D-beeld. Dit verhoogt de nauwkeurigheid ten opzichte van eerdere modellen die slechts op een vlak maten. De apparaten zijn zo ontworpen dat ze ook zonder echografiespecialist gebruikt kunnen worden: verpleegkundigen voeren de meting zelfstandig uit na een korte training.
Wanneer wordt een bladderscan ingezet?
Een bladderscan wordt ingezet in uiteenlopende situaties. De meest voorkomende indicaties zijn:
- Urineretentie — de blaas loopt vol maar de patient kan niet of nauwelijks plassen. Dit is een medische situatie die snel handelen vereist.
- Residuvolumemeting na het plassen — de arts wil weten hoeveel urine na het plassen achterblijft. Een residu van meer dan 150 ml wordt als verhoogd beschouwd en kan op een blaasontledigingsstoornis wijzen.
- Controle na operatie — na buik-, bekken- of urologische ingrepen en na algehele narcose controleert de verpleegkundige of de blaas normaal leegloopt.
- Blaasklachten — bij klachten als frequent plassen, moeizaam plassen, aandrang, incontinentie of pijn bij het plassen helpt de bladderscan bij het stellen van een diagnose.
- Katheterbeleid — voordat een katheter wordt ingebracht, geeft een bladderscan informatie over de noodzaak ervan. Dit kan onnodige katheters, en het daarmee samenhangende infectierisico, voorkomen.
- Ouderenzorg (CGA) — bij het Comprehensive Geriatric Assessment wordt de bladderscan standaard ingezet als onderdeel van het blaasonderzoek, conform de richtlijnendatabase.nl.
Hoe verloopt de bladderscan-procedure stap voor stap?
- Voorbereiding van de patient. De patient ligt op zijn of haar rug op een onderzoeksbank of bed. Kleding wordt losgeknoopt of opgetild zodat de buik toegankelijk is. Bij een residuvolumemeting heeft de patient vlak daarvoor geplast.
- Gel aanbrengen. De verpleegkundige brengt een klein beetje echogel aan op de schaamstreek, net boven het schaambeen. De gel zorgt voor goed contact tussen de probe en de huid, zodat de geluidsgolven goed doorgeleid worden.
- De probe plaatsen. De probe wordt op de gel geplaatst, met de bovenkant van het apparaat richting het hoofd van de patient. Het apparaat geeft via een pictogram aan of de positie correct is.
- Meting starten. De verpleegkundige drukt op de meetknop. Binnen enkele seconden berekent het apparaat het blaasvolume. Op het scherm verschijnt het resultaat in milliliter.
- Resultaat noteren en beoordelen. De meting wordt genoteerd in het patientendossier. De arts of verpleegkundige beoordeelt het resultaat in relatie tot de klinische situatie. Bij een sterk verhoogd volume worden vervolgstappen bepaald.
- Probe reinigen. Na gebruik wordt de probe gereinigd volgens het protocol van de instelling. Verathon-apparaten hebben specifieke reinigingsinstructies om infecties te voorkomen.
Bladderscan na een operatie: hoe werkt het postoperatieve protocol?
Na een operatie, met name buik-, bekken- en urologie-ingrepen en na algehele narcose, controleert de verpleegkundige regelmatig of de blaas normaal leegloopt. Dit heet postoperatieve urineretentie (POUR). Urineretentie na een operatie komt voor bij 5 tot 70 procent van de patienten, afhankelijk van het type ingreep en de gebruikte anesthesie.
Het standaardprotocol op veel afdelingen ziet er als volgt uit: binnen vier tot zes uur na de operatie doet de verpleegkundige een eerste bladderscan. Als het volume boven de 400 ml uitkomt en de patient niet kan plassen, wordt een verblijfskatheter of een eenmalige katheter ingebracht. Als het volume lager is, wacht de afdeling en herhaalt de meting na een uur.
Het doel is te voorkomen dat de blaas te ver wordt uitgerekt, wat tot blijvende beschadiging van de blaasmusculatuur kan leiden. Een blaaswand die te lang te ver wordt opgerekt, verliest elasticiteit en contractievermogen, wat resulteert in chronische mictiestoornissen. De bladderscan helpt dit te voorkomen door vroeg en niet-invasief te signaleren.
Na orthopedische operaties, zoals totale heup- of knieprothesen, is het POUR-risico ook verhoogd door de gebruikte spinale anesthesie, die de blaasfunctie tijdelijk kan onderdrukken. Op deze afdelingen is bladderscan-gebruik na de operatie standaard opgenomen in het verpleegkundig protocol.
Wat zijn normale waarden bij een bladderscan?
Voor het interpreteren van een bladderscan-uitslag zijn er algemene richtwaarden die in de klinische praktijk worden gebruikt:
| Situatie | Volume | Interpretatie |
|---|---|---|
| Residu na plassen (normaal) | Minder dan 50 ml | Blaas goed geleegd |
| Residu na plassen (grenswaarde) | 50 tot 150 ml | Mogelijk licht verhoogd, afhankelijk van context |
| Residu na plassen (verhoogd) | Meer dan 150 ml | Verhoogd residu; nader onderzoek of behandeling mogelijk nodig |
| Urgente urineretentie | Meer dan 400 ml | Acute katheterisatie meestal noodzakelijk |
Deze waarden zijn richtinggevend. De uiteindelijke beoordeling is altijd aan de behandelend arts of verpleegkundige, in samenhang met de klachten en de situatie van de patient.
Welke apparaten worden gebruikt voor een bladderscan?
De meest gebruikte bladderscan-apparaten in Nederlandse zorginstellingen zijn van het merk Verathon. Het bedrijf is gevestigd in de Verenigde Staten en produceert al decennialang echografische blaasscanner-apparaten voor klinisch gebruik. De populairste modellen zijn:
- BVI 6100 — Een eenvoudiger model dat geschikt is voor basale blaasvolumemetingen. Veel gebruikt in kleinere zorginstellingen en huisartsenpraktijken.
- BVI 6400 — Een uitgebreider model met draadloze technologie en een kleurenscherm. Geschikt voor ziekenhuizen en verpleeghuizen.
- BVI 9400 — Het meest geavanceerde model met 3D-beeldvorming en automatische bladderherkenning via patented Vmode-technologie. Dit model geeft de hoogste nauwkeurigheid en is ontworpen voor intensief klinisch gebruik.
Al deze apparaten zijn door Verathon ontworpen voor gebruik door niet-gespecialiseerd verpleegkundig personeel. De bediening is eenvoudig gehouden: een enkele meetknop start de scan, waarna het apparaat automatisch het blaasvolume berekent en weergeeft.
Naast Verathon zijn er ook apparaten van andere fabrikanten verkrijgbaar, zoals de GE Logiq en de Mindray, maar in Nederland is de Verathon BVI-serie het meest ingeburgerd in de ziekenhuispraktijk.
Bladderscan in de eerste lijn: gebruik bij de huisarts
Hoewel de bladderscan traditioneel een ziekenhuisinstrument is, groeit het gebruik in de eerste lijn. Uit onderzoek gepubliceerd in Huisarts en Wetenschap blijkt dat de bladderscan ook in de huisartsenpraktijk waardevol is bij patienten met mictieproblematiek. Door zelf de residuvolumemeting te doen, hoeft de huisarts de patient minder snel door te verwijzen naar een uroloog.
Voorwaarden voor gebruik in de eerste lijn zijn dat de arts of praktijkondersteuner een basistraining heeft gevolgd voor het apparaat, en dat er duidelijke afspraken zijn over wanneer doorverwijzing nodig is. Bij een residu van meer dan 300 ml of bij terugkerende urineretentie is doorverwijzing naar een uroloog altijd aangewezen.
Bladderscan versus katheterisatie
Vroeger was het inbrengen van een katheter de enige manier om het blaasvolume nauwkeurig te meten. Katheterisatie is belastend: het is oncomfortabel, verhoogt het risico op een blaasontsteking en kost meer tijd. De bladderscan heeft katheterisatie in veel situaties overbodig gemaakt.
De bladderscan is niet minder nauwkeurig dan katheterisatie bij het meten van het residu. Moderne apparaten zoals de BVI 9400 hebben een nauwkeurigheid van plus of min 15% van het werkelijke volume. In de klinische praktijk is dit voldoende voor de meeste beslissingen over de noodzaak van een katheter.
Katheterisatie blijft noodzakelijk als het blaasvolume zo hoog is dat directe lediging nodig is, of als de bladderscan om technische of anatomische redenen geen betrouwbare meting kan geven, bijvoorbeeld bij ernstige obesitas of na bepaalde operaties in het bekkengebied.
Hygieneprotocol en infectiepreventie bij de bladderscan
Hoewel de bladderscan niet-invasief is, is hygiëne rondom het apparaat belangrijk. De probe komt in contact met de huid van de patient en kan overdracht van micro-organismen faciliteren als hij niet goed wordt gereinigd tussen metingen. In zorginstellingen gelden vaste reinigingsprotocollen voor bladderscan-apparaten.
Verathon-apparaten worden gereinigd met desinfecterende doekjes die geschikt zijn voor gebruik op medische apparatuur. De probe mag niet worden ondergedompeld in vloeistof, tenzij het apparaattype daar specifiek voor is gecertificeerd. Het display en de behuizing worden afgeveegd met een alcoholdoekje. Contactgel die achterblijft op de probe wordt voor gebruik van een desinfectant altijd verwijderd met een gewone schone doek.
Goede handhygiene blijft ook bij gebruik van de bladderscan essentieel. Zorgprofessionals reinigen hun handen voor en na elke meting, conform de Richtlijn Handhygiene van het RIVM. Dit geldt ongeacht of de patient zichtbaar infectieus is of niet.
Veelgemaakte fouten bij het gebruik van een bladderscan
- Onjuiste plaatsing van de probe. De probe moet net boven het schaambeen geplaatst worden, gericht op de blaas. Een verkeerde hoek geeft een onjuist volume. Apparaten met een instelscherm helpen hierbij, maar de gebruiker moet de positie bevestigen.
- Te weinig echogel. Onvoldoende gel verstoort de geleiding van de geluidsgolven en leidt tot een onbetrouwbare meting. Gebruik altijd voldoende gel.
- Meting niet vlak na het plassen uitvoeren. Bij een residuvolumemeting moet de meting zo snel mogelijk na het plassen plaatsvinden, bij voorkeur binnen 15 minuten. Wacht je te lang, dan vult de blaas al deels bij en is de meting niet meer representatief.
- Invloed van baarmoeder of cyste niet herkennen. De bladderscan kan de baarmoeder of een cyste in de buurt van de blaas voor blaasinhoud aanzien, wat leidt tot een te hoge uitslag. Zorgverleners moeten hier rekening mee houden bij vrouwelijke patienten.
- Apparaat niet kalibreren of onderhouden. Verathon-apparaten hebben periodiek onderhoud nodig. Een slecht onderhouden apparaat kan onbetrouwbare resultaten geven.
Veelgestelde vragen
Is een bladderscan pijnlijk?
Nee. Een bladderscan is volledig pijnloos. Het enige wat je voelt is de probe op de huid en de kille gel die aangebracht wordt. Er is geen interne ingreep nodig.
Moet je blaas vol zijn voor een bladderscan?
Dat hangt af van het doel. Voor een residuvolumemeting moet je vlak voor de scan geplast hebben, want dan wordt bepaald hoeveel urine er achterblijft. Voor het meten van de blaasvulling bij urineretentie hoef je niets te doen; de blaas is dan al vol.
Hoe lang duurt een bladderscan?
De meting zelf duurt minder dan een minuut. Met voorbereiding en gel aanbrengen duurt de hele procedure 5 tot 10 minuten.
Moet je vasten voor een bladderscan?
Nee. Vasten is niet nodig voor een bladderscan. Je eet en drinkt normaal voor het onderzoek.
Wie voert een bladderscan uit?
In Nederlandse ziekenhuizen en verpleeghuizen voeren verpleegkundigen de bladderscan uit, na specifieke training. In de huisartsenpraktijk en bij geriatrisch onderzoek kan ook een arts of praktijkondersteuner de meting doen. Een echografiespecialist is niet nodig.
Kun je een bladderscan ook thuis doen?
Er zijn professionele versies van blaasscanner-apparaten, maar die zijn bedoeld voor zorginstellingen. De interpretatie van de resultaten vraagt om medische kennis. Raadpleeg altijd een zorgverlener als je klachten hebt.
Is de bladderscan altijd betrouwbaar?
De bladderscan is in de meeste situaties goed betrouwbaar, maar kent beperkingen. Bij sterke obesitas, bepaalde anatomische variaties of een afwijkende positie van de blaas kan de meting minder nauwkeurig zijn. Bij twijfel herhaalt de zorgverlener de meting of kiest voor katheterisatie als referentie.
