Aardappelen kweken: poten, verzorgen en oogsten

Timo van Loon

Je leest dit artikel in 5 minuten

Laatst bijgewerkt: 29 maart 2026

Zelf aardappelen kweken is een van de meest bevredigende dingen die je in je moestuin kunt doen. Je hebt weinig nodig, de opbrengst is groot en de smaak van verse, zelfgekweekte aardappelen overtreft alles wat je in de winkel koopt. In dit artikel leer je stap voor stap alles over aardappelen kweken zelf: van de juiste voorbereiding en het poten tot de verzorging en de oogst.

Voorbereiding: de juiste start voor een goede oogst

Pootaardappelen kiezen

Voor een geslaagde oogst begin je met gecertificeerde pootaardappelen. Dit zijn speciaal geselecteerde knollen die vrij zijn van ziekten en virussen. Gewone aardappelen uit de supermarkt zijn behandeld om niet te kiemen en zijn dus ongeschikt. In 2026 zijn er volop biologische pootaardappelen verkrijgbaar bij tuincentra en webshops, met prijzen variërend van ongeveer €2 tot €5 per kilogram, afhankelijk van het ras.

Er zijn drie hoofdcategorieën: vroege rassen (klaar na circa 70 dagen), midvroege rassen (90 dagen) en late rassen (110+ dagen). Vroege rassen zoals Rocket of Annabelle zijn ideaal voor beginners omdat je snel resultaat ziet. Late rassen zoals Bintje of Désirée geven doorgaans een hogere opbrengst en bewaren beter.

Op de BioVelddag 2024 werden ook zogenaamde robuuste rassen gepresenteerd, die beter bestand zijn tegen ziekten zoals phytophthora. In 2026 zijn deze rassen steeds meer beschikbaar voor hobbytuiniers — de moeite waard om te proberen als je biologisch wilt kweken.

Grond voorbereiden en voorkiemen

Aardappelen groeien het best in losse, goed doorlatende grond met een pH tussen 5,0 en 6,5. Graaf de grond in de herfst of vroeg in het voorjaar minimaal 30 centimeter diep om. Voeg compost of goed verotte stalmest toe voor extra voeding — reken op circa 5 kilo per vierkante meter.

Twee tot vier weken voor het poten kun je de pootaardappelen voorkiemen. Leg ze met de kiemoogjes naar boven in een lichtrijke ruimte op kamertemperatuur (rond de 15°C). Na twee weken vormen zich stevige, groene kiemen van 1 à 2 centimeter. Voorgekiemde aardappelen starten sneller en geven daardoor een vroegere en vaak rijkere oogst.

Aardappelen poten: wanneer en hoe

Het juiste moment voor het poten hangt af van het weer. In Nederland en België plant je vroege rassen doorgaans van half maart tot half april, zodra de grond vorstvrij is en de bodemtemperatuur boven de 8°C ligt. Late rassen kun je iets later poten, tot begin mei. Let op: een late nachtvorst na het poten kan de kiemen beschadigen — dek de bedden dan tijdig af met vliesdoek.

Maak plantgeulen van 10 à 15 centimeter diep. Leg de pootaardappelen met de kiemen naar boven in de geul, met een onderlinge afstand van 30 tot 35 centimeter. Tussen de rijen houd je 60 tot 75 centimeter aan — dat geeft voldoende ruimte voor het later aanaarden en voor de luchtcirculatie. Dek de knollen af met losse grond en druk licht aan.

Heb je geen grote tuin? Geen probleem. Aardappelen kweken kan ook uitstekend in potten, zakken of speciale kweekzakken. Gebruik een container van minimaal 40 liter met drainagegaten en vul deze voor de helft met potgrond. Voeg meer grond toe naarmate de plant groeit. Lees voor meer tips over kweken in containers ook kweekbak instructies: makkelijk kweken.

Verzorging: aanaarden, water geven en ziekten voorkomen

Aanaarden

Zodra de aardappelplanten 15 à 20 centimeter boven de grond uitsteken, is het tijd om aan te aarden. Dat betekent dat je losse grond of compost tegen de stengels opstapelt, zodat alleen de toppen nog zichtbaar zijn. Dit doe je om twee redenen: de gevormde knollen blijven onder de grond (en worden niet groen en giftig door zonlicht) en de plant krijgt meer aardappelen te vormen langs de begraven stengeldelen. Herhaal het aanaarden na twee à drie weken nog een keer.

Bewateren en bemesten

Aardappelen hebben regelmatig vocht nodig, vooral tijdens de bloei en knolzetting. Water te weinig en de knollen blijven klein; water te veel en je riskeert rotting en schimmelziekten. Streef naar een gelijkmatig vochtige grond — niet nat, niet kurkdroog. In droge periodes water je twee à drie keer per week.

Een basisbemesting bij het poten (compost of langzaamwerkende meststof) is voor de meeste gronden voldoende. Wil je extra stikstof geven, doe dat dan vroeg in het seizoen en stop daarmee zodra de knollen beginnen te vormen. Te veel stikstof laat de plant groeien ten koste van de knolvorming. Als je ook andere groenten in de moestuin verzorgt, vind je handige aanvullende tips bij AH Moestuintjes: Planten & Verzorgen – Instructies.

Ziekten en plagen

De gevreesde vijand van de aardappelteler is Phytophthora infestans, ook wel aardappelziekte of bruinrot genoemd. Bij warm, vochtig weer (boven 15°C overdag en 10°C ’s nachts) kan deze schimmelziekte zich razendsnel verspreiden. Herken het aan bruine vlekken op de bladeren met een witgele rand. Verwijder aangetaste bladeren direct en vernietig ze (niet op de composthoop). Kies bij herhaalde problemen voor resistente rassen en vermijd beregening over het blad.

Coloradokevers en bladluizen zijn andere mogelijke plaagdieren. Verwijder coloradokevereieren (oranje clusters aan de bladonderkant) en larven met de hand. Bladluizen kun je bestrijden met een zachte waterstraal of door lieveheersbeestjes aan te trekken met bloeiende planten in de buurt.

Oogsten en bewaren

Wanneer oogst je aardappelen?

Vroege rassen zijn oogstklaar zodra de bloemen zijn uitgebloeid en de bladeren beginnen te vergelen — doorgaans in juni of juli. Late rassen wacht je tot september of oktober mee, als het loof volledig is afgestorven. Een handige test: steek je hand in de grond naast de plant en voel of de knollen groot genoeg zijn. Nieuwe aardappelen zijn al eerder lekker, maar bewaren minder goed omdat de schil nog dun is.

Kies bij voorkeur een droge dag om te oogsten. Gebruik een riek of spade en steek voorzichtig naast de plant de grond in om knollen te vermijden. Til de hele pol omhoog en schud de losse aarde eraf. Laat de aardappelen een paar uur drogen op de grond voordat je ze opslaat.

Bewaring

Bewaar aardappelen op een koele (4 à 10°C), donkere en goed geventileerde plek — een kelder of garagevloer is ideaal. Gebruik houten kisten of jute zakken, nooit plastic, omdat dat condensatie veroorzaakt en rotting bevordert. Controleer de voorraad regelmatig en verwijder rotte of aangetaste knollen direct. Vroege rassen bewaar je maximaal enkele weken; late bewaarrassen houden het tot voorjaar.

Door zelf aardappelen kweken houd je volledig de controle over wat er op je bord komt — en dat proef je. Een kilo pootaardappelen levert bij goede verzorging gemiddeld 5 tot 10 kilo oogst op.

Veelgestelde vragen

Vraag: Wanneer is het beste moment om aardappelen te poten in Nederland?

Vroege rassen poot je van half maart tot half april, zodra de kans op nachtvorst klein is en de bodemtemperatuur minimaal 8°C bedraagt. Late rassen kun je nog tot begin mei poten. Controleer altijd de weersvoorspelling voor de eerste weken na het poten.

Vraag: Kan ik aardappelen kweken zelf ook in een pot of bak doen?

Ja, zeker! Gebruik een pot of kweekzak van minimaal 40 liter met goede drainage. Vul de bak voor de helft met aardappelgrond, voeg één of twee pootaardappelen toe en stapel grond op naarmate de plant groeit. Je oogst is kleiner dan in volle grond, maar meer dan genoeg voor een paar maaltijden.

Vraag: Hoe diep moet ik pootaardappelen planten?

Plant pootaardappelen op een diepte van 10 tot 15 centimeter. Zorg voor een onderlinge afstand van circa 30 tot 35 centimeter in de rij en 60 tot 75 centimeter tussen de rijen. Na het opkomen aard je aan, waardoor de effectieve diepte toeneemt.

Vraag: Waarom worden mijn aardappelen groen?

Aardappelen worden groen als ze aan licht worden blootgesteld. Groene delen bevatten solanine, een giftige stof. Voorkom dit door goed aan te aarden en knollen tijdens de oogst niet langdurig in de zon te laten liggen. Snijd groene plekken ruim weg voor gebruik; zijn de knollen voor meer dan de helft groen, gooi ze dan weg.

Vraag: Welk ras is het beste voor beginners?

Voor beginners zijn vroege rassen zoals Rocket, Annabelle of Première ideaal. Ze zijn snel klaar, smaken uitstekend als nieuwe aardappel en zijn relatief eenvoudig te telen. Wil je ook bewaaraardappelen, kies dan voor een late of midvroeg ras zoals Désirée of Bintje naast je vroege ras.

Vraag: Hoe voorkom ik aardappelziekte (Phytophthora)?

Kies resistente rassen, vermijd overmatig beregenen over het blad, en zorg voor goede luchtcirculatie door voldoende plantafstand aan te houden. Verwijder aangetast loof direct en composting het niet. In 2026 zijn steeds meer robuuste rassen beschikbaar die van nature beter bestand zijn tegen Phytophthora — een slimme keuze voor biologisch kweken.

Vraag: Hoe lang kan ik zelfgekweekte aardappelen bewaren?

Vroege rassen bewaar je het best maar een paar weken — ze zijn niet bedoeld voor lange opslag. Late bewaarrassen houd je bij een koele, donkere bewaarplaats (4 à 10°C) gemakkelijk tot het volgende voorjaar. Controleer regelmatig op rotting en verwijder slechte knollen direct, zodat de rest niet aangetast wordt.

IN
Redactie Instructie.orgOnze redactie schrijft duidelijke instructies en handleidingen over uiteenlopende onderwerpen.

Geef een reactie